De NBBU is een van de partners van het project Duurzame Inzetbaarheid in het MKB.
NBBU-lid Prima Personeel nam in 2015 en 2016 deel aan de eerste editie van het project, waarbij de focus lag op duurzame inzetbaarheid van het eigen personeel. Dit jaar staat de duurzame inzetbaarheid van flexkrachten centraal. Merk Personeelsdiensten is een van de deelnemers. Bekijk de video!

 

‘Focus op de duurzame inzetbaarheid van flexkrachten’


Hugo Wijtmans begeleidt namens de NBBU het project
Duurzame Inzetbaarheid
. Hoe kijkt hij terug op de eerste fase van
het traject en wat verwacht hij van fase 2?



 

‘Professionaliteit van de hele flexbranche op de kaart zetten’

Hoe is fase 1 van het project bevallen?

“Fase 1 van het project Duurzame Inzetbaarheid was onder andere belangrijk om te kijken in hoeverre de leden geïnteresseerd waren in de gedachte van duurzame inzetbaarheid. We werden overweldigd door het aantal mensen dat daar vanaf het begin aan mee wilde doen. Het werd met enthousiasme ontvangen en de motivatie die daaruit voortvloeide was het fundament voor een groot succes. Dat succes bleek met name uit de betrokkenheid van de leden om hun proces eens goed onder de aandacht te brengen. Hoe ze met name met hun vaste personeel omgingen, met de eigen mensen op de bureaus. Bij zo’n tachtig procent van de deelnemers was de focus naar binnen gericht: hoe heb ik het zelf geregeld? Hoe ziet mijn loopbaantraject eruit? Hoe benut ik talenten van mensen en hoe houd ik mensen betrokken bij mijn business? Op al deze vragen zijn concrete antwoorden gekomen.”
De introductie van ‘cyclisch denken en opereren’ had volgens Wijtmans direct zichtbaar resultaat. Na gesprekken met het management, vaste medewerkers en in sommige gevallen flexkrachten schreef Wijtmans een adviesrapport. “Met de ondernemers besprak ik vervolgens of dit was wat ze bedoelden en zo ja, dan werd dat vertaald naar praktische interventies. Tijdens en na het traject zijn mensen heel gericht aan de slag gegaan met het implementeren van de tips, adviezen en ideeën, zoals bijvoorbeeld het cyclisch denken en opereren. Op de website van de NBBU staat een overzicht met Tools die intermediairs in kunnen zetten voor de duurzame inzetbaarheid van vaste medewerkers en flexkrachten.”

Wat is het belangrijkste doel van fase 2?

“De focus in het nieuwe project ligt op de duurzame inzetbaarheid van flexkrachten. Het doel van het project is het creëren en vergroten van de bewustwording over hoe je omgaat met je mensen en wat je daar nog aan kunt verbeteren. Daarnaast besteden we aandacht aan de relaties met de inlener en de flexkracht, zodat er een driehoeksverhouding opgebouwd kan worden. Het gemeenschappelijk belang speelt hierbij een belangrijke rol. Intermediairs zullen bij hun opdrachtgevers bespreekbaar maken dat ze investeren in de duurzame inzetbaarheid van hun flexkrachten. Hiermee komen ze op een meer inhoudelijke wijze in gesprek met hun klanten dan louter het zijn van leverancier van flexkrachten. Dit komt het verdienmodel van de deelnemende ondernemingen ten goede.”

‘Het gaat in dit project
niet zo zeer over geld,
maar eerder om
tijd en aandacht’

‘Uitzendondernemers
prikkelen om meer
te investeren in het
binden en boeien van
hun flexkrachten’

Waarom is Duurzame Inzetbaarheid van flexkrachten zo belangrijk?

“Het is de missie van de NBBU om ondernemers te helpen met het creëren van een betere business. Daarnaast is het belangrijk om het hele begrip ‘flexkracht’ meer aanzien te geven. Flexkrachten moeten beter op de agenda komen, niet alleen in politiek opzicht, maar ook in het bedrijfsleven. De ontwikkeling van flexkrachten is voor bedrijven net zo belangrijk als die van de vaste medewerkers. Het zijn niet alleen maar een paar handjes waarmee je aan de slag gaat, het zijn mensen waar je gerichte aandacht voor mag hebben. Veel flexkrachten zitten in de opstart- of doorgroeifase van hun carrière en verdienen die aandacht. Het is mooi om dat als branchevereniging te kunnen verwezenlijken.
Het heeft daarnaast te maken met het op de kaart zetten van de professionaliteit van de hele flexbranche. Ook in het contact tussen de intermediair en de inlener moet duidelijk worden dat het om meer gaat dan alleen maar geld. Wat kunnen intermediair en inlener samen doen om de flex-/uitzendkracht voor de langere termijn goed inzetbaar te maken en te houden.

Juist in deze tijd van economische groei, waarin weer schaarste komt aan personeel, is het behouden van goede mensen voor de intermediair heel erg belangrijk. Wat kunt u doen om ervoor te zorgen dat een uitzendkracht die nu een baan in de horeca heeft, omgeschoold wordt naar een baan in de IT of de zorg, zodat hij ook voor de lange termijn inzetbaar blijft? En verlies ook niet uit het oog wat uw flexkrachten willen en verwachten. De relatie met elkaar is een van de belangrijkste dingen die er is.”

Wat is jouw rol in dit project?

“Adviseur, coach en trainer van de uitzendondernemingen. Ik ga aan de slag als sparringpartner, meedenker en zoek samen met de deelnemers naar oplossingen. De deelnemende bedrijven treffen mij zowel in de collectieve als in de individuele sessies. Samen met onder andere STOOF, STAF, TNO en AWVN ben ik continu op zoek naar bruikbare tools voor de implementatie van duurzame inzetbaarheid binnen de bedrijven. Er zijn allerlei verschillende instrumenten op de markt die daarbij kunnen helpen en die ik meeneem in mijn palet. Samen met de bureaus bekijk ik welke tools het beste bij hun situatie past.”

‘Driehoeksverhouding
tussen intermediair, inlener en flexkracht staat centraal’

‘Ondernemers helpen
met het creëren van een
betere business’

Wat verwacht je van de deelnemende organisaties qua inzet?

“In ieder geval dat zij actief aanwezig en betrokken zijn tijdens de collectieve bijeenkomsten. In het convenant is er een minimale inzet van twintig uur afgesproken, dat is de basis waarop we de subsidie voor dit project ontvangen. Daarnaast zijn openheid en vertrouwen belangrijk en interesse om te leren en te willen investeren in duurzame inzetbaarheid. Het gaat in dit project niet zo zeer over geld, maar eerder om tijd en aandacht. Ik verwacht van de deelnemers dat ze het project omarmen en er de nodige energie in steken. De ervaring uit de eerste fase leert gelukkig dat dit geen enkel probleem is. Ook voor dit project waren de eerste veertig aanmeldingen in no time binnen en staat men te popelen om te beginnen.”

Hoe ziet het komende traject er uit? Wat zijn de eerste stappen?

“De veertig deelnemers zijn opgedeeld in vier groepen van tien. Voor iedere groep staan er drie collectieve bijeenkomsten gepland. Bijeenkomst 1 is een terugblik op de eerste fase van het project. Hoe is dat gegaan? Wat zijn de resultaten? En een kort interview met de deelnemers: hoe ziet het er nu bij je uit?
Tijdens bijeenkomst 2 richten we ons puur op flexkrachten. Welke tools, instrumenten en gesprekstechnieken zijn er om de flexkrachten te begeleiden? In de derde en laatste collectieve bijeenkomst staat de relatie met de inlener centraal. We kijken naar driehoeksverhouding tussen intermediair, inlener en flexkracht? Hoe kan de inlener (nog meer) in het verhaal betrokken worden? Het gaat hier om het gemeenschappelijk belang, en hoe je je meerwaarde in de diensten kan neerzetten richting de inlener. Het is niet meer: ‘Hoeveel man moet je hebben en hoe laat moeten ze beginnen?’ Maar: ‘Kan ik met je meedenken over de werkprocessen in je organisatie?’
Tussen de collectieve bijeenkomsten door krijgen de deelnemers persoonlijk advies waarbij wordt ingespeeld op hun specifieke situatie. Per deelnemer worden individuele afspraken gemaakt en bekijken we wat nodig is om duurzame inzetbaarheid van de flexkrachten te bevorderen.”

‘Belangrijk om het
hele begrip ‘flexkracht’
meer aanzien te geven’

‘De NBBU laat als
branchevereniging in de
praktijk zien dat ze werkt
aan verbetering van de
kwaliteit van flexibele arbeid’

Wat hoop je te bereiken? Concrete resultaten? Wat gaat het opleveren?

“De flexibele arbeidsmarkt is omvangrijk en het is in veel gevallen onduidelijk wie zich bekommert om aandacht, coaching en opleiding van de flexkracht. Hierin zien we een taak weggelegd voor de intermediairs. In dit project wordt tweeledig gewerkt aan duurzame inzetbaarheid. Enerzijds door het voorbereiden van de vaste medewerkers (intercedenten) op het binden en boeien van flexkrachten. Anderzijds door de duurzame inzetbaarheid van flexkrachten vorm te geven. Met het project Duurzame Inzetbaarheid hopen we de volgende resultaten te behalen:

  • ondernemers investeren meer in het binden en boeien van hun deelnemers;
  • enthousiaste ondernemingen krijgen door bijstelling van hun werkprocessen een beter inzicht in de wensen en drijfveren van hun flexkrachten;
  • ondernemers krijgen een inhoudelijk verbeterde relatie met hun opdrachtgevers, dan enkel het zijn van leverancier van flexibele arbeidskrachten, dit geeft ook commerciële kansen;
  • uitzendkrachten werken door het binden en boeien van de intermediair met meer plezier;
  • De sector kan aantrekkelijke loopbaanpaden bieden;
  • de NBBU laat als branchevereniging in de praktijk zien dat ze werkt aan verbetering van de kwaliteit van flexibele arbeid.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *